Krabbetukkers

Geschiedenis

Het begon in december 1962 toen op initiatief van WGW sportcentrale en Rooms Katholieke Harmoniekapel Winnubst in Hotel Bakker in de Spoorstraat onze vereniging werd opgericht.

In 1963 vond het eerste carnaval plaats in Den Helder, in feestlokaal Stella Maris in de Koningstraat, maar dit bleek direct al te krap. Het jaar er op verhuisde het feest naar ’t Huys Tijdverdrijf van de marine aan de Kanaalweg. Kapper Piet Verburgt mocht als eerste prins fungeren onder de naam Pierre I. Uiteraard moest de stad omgedoopt worden tot een echte carnavalsstad met bijbehorende naam. Mannen als Freek Brondsema, Aad van de Winkel en Jaap Toes hoefden niet lang na te denken om het altijd winderige Den Helder tot ‘Waaienburg’ te benoemen. Freek is eveneens degene die de naam ‘Krabbetukkers’ bedacht voor de vereniging. In een stad waar iedere jongen de sport van oudsher bedreef, was dit uiteraard een gepaste naam. Het Krabbetukken was simpel, je zocht een mossel tussen de keien van de dijk, bond het aan een touwtje en wachtte tot de krab de mossel pakte. In vroegere dagen werden de krabben gegeten, later werd het meer een sport en werd de krab na het tukken weer teruggezet in het water, maar iedere Jutter kent het.

De eerste raad van elf bestond ondermeer uit politie agent Pierre Reynen, de bekende ijsboer Arie Laan, Jaap Zoetelief van het warenhuis en Leo Schoonhoven van de tassenwinkel. Overige namen waren Jac. van Dortmont, Aad van de Winkel, Jac. Vleugel, Wim Ligteringen, Karel Geestman en Hennie Wildenberg. In de eerste jaren werden de prins en zijn hofhouding bestaande uit de raad van elf en het korps van garde officieren omringt door de Dansmariekes.

De feesten waren vanaf dag één een groot succes. Er kwamen wel 1000 tot 1300 mensen op af, allemaal verkleed in prachtige kostuums. Het feest was toen nog alleen voor volwassenen, kinderen kwamen nog niet in die tijd en aanvankelijk was het feest alleen op de zaterdagavond en de maandagavond.

Op een goed moment wilde de marine het carnaval niet meer faciliteren en moest er naar ander onderdak worden uitgekeken. Begin jaren ’70 verhuisde het feest naar fort Dirks Admiraal in Tuindorp.Bastion Pierre zoals we de tenten van de Boer noemden, werden met sluizen aan elkaar gezet, want er moest gedweild worden. Dat is rondlopen, contacten maken en zien en gezien worden. Maar na 20 jaar kwamen we tot de conclusie dat ook Tuindorp, ondanks de medewerking van de buurtbewoners, niet ideaal was.

De dansmariekes verdwenen ook. Op een goed moment nam het helemaal af en werden de Mariekes vervangen door twee hofdames.Wat erbij kwam was het kindercarnaval. In Huisduinen werd bij De Branding op zondagmiddag al jaren het kindercarnaval gehouden. Nu hadden we toch de tenten staan en daar gebeurde niets mee op zondag. In goed overleg hebben we het kindercarnaval toen overgenomen. Sinds het kindercarnaval onder eigen vlag kwam, zijn we ook de scholen gaan bezoeken onder het motto ‘jullie komen bij ons, dan komen we ook bij jullie’. Dit gebeurd altijd op de vrijdagmiddag om de stemming er alvast lekker in te brengen. We bezoeken ieder jaar vier tot zes scholen.

Nog tijdens de tentenperiode veranderde ook de houding ten opzichte van de senioren. Het was geen doen meer. Behalve de kou waren de wegen vaak glad en glibberig, zeker het onverharde pad naar de tenten toe.

Eind jaren ’80 verhuisde het carnaval naar Sportcenter Quelderduyn. Dat was een hele verbetering, want in de tenten was het moeilijk warm te krijgen. Ondanks de  blaaskachels van Wardenaar uit Schagen, maar zelfs daarmee waren de leidingen soms bevroren en de toiletten stonden buiten op het veld. In Quelderduyn is alles overdekt dus hebben we geen last meer van weersinvloeden, een prima feestpaleis.